Leeshoek

Direct Contact

Humor op de werkvloer

LinkedIn
Facebook

Terwijl mannelijke leidinggevenden tijdens vergaderingen succes oogsten met grappen, blijken lollige vrouwen hun autoriteit juist te ondermijnen.

‘Tijdens een vergadering bleef een vrouwelijke leidinggevende gevatte opmerkingen maken en daar zelf om lachen. Verder lachte bijna niemand, zeker de mannen niet. Het was genant.’

De Britse linguïst Judith Baxter (57) doet al jaren onderzoek naar het taalgebruik van mannen en vrouwen met hoge functies in het bedrijfsleven. Humor is in dat taalgebruik een klein, maar significant onderdeel. Wat blijkt: mannen gebruiken humor om hun autoriteit op de werkvloer te bevestigen, terwijl vrouwen met hun grapjes juist vaak hun eigen autoriteit ondermijnen.

De adjunct-directeur van het onderzoekscentrum Interdisciplinary Research into Language and Diversity van de Aston University in Birmingham vroeg zich vanuit haar eigen taalexpertise af waarom vrouwen het moeilijk vinden om zich aan de top te handhaven. Praten mannen met meer overtuigingskracht of intellect dan vrouwen? Worden mannen simpelweg serieuzer genomen als zij wat zeggen?

18 maanden lang observeerde zij 14 mannelijke en vrouwelijke leidinggevenden en hun directe collega’s bij 7 internationale bedrijven. Ze nam vergaderingen op om ze later te analyseren. De eerste bevindingen werden afgelopen mei gepresenteerd, het definitieve verslag zal dit najaar verschijnen.

In Baxters onderzoek kwam naar voren dat mannen en vrouwen op de werkvloer grotendeels hetzelfde communiceren. Ongeveer 10% van hun taalgebruik kwam niet overeen. Een verschil bleek de doelbewuste inzet van humor. 
‘Wat mij opviel, is dat mannen humor veelal gebruiken om met hun teams te communiceren, om een relatie op te bouwen en om anderen te stimuleren dingen voor hen te doen. Vrouwen proberen dat ook, maar het lukt ze niet altijd,’ zegt Baxter. ‘Vrouwen doen zichzelf tekort in grappen, ze zwakken hun eigen autoriteit af: “Ik ben hier eigenlijk niet zo goed in, haha.” Mannen doen dat zelden.’

Baxter denkt dat vrouwen zich met grapjes minderwaardig voordoen omdat zij geen bedreiging willen zijn voor anderen. Ze willen aangeven dat ze met iedereen goed kunnen opschieten. ‘Dat is positief, maar het kan een ernstig nadeel hebben: ze worden minder serieus genomen.’
Vrouwen die een voorbeeld nemen aan mannelijke collega’s en harde grappen maken – soms ten koste van anderen, een breed geaccepteerde vorm van mannelijke humor – worden dan weer krengen genoemd. Beide vormen van humor missen zo hun doel, namelijk op speelse wijze gezag bevestigen en tegelijk collega’s, gelijken en ondergeschikten, aan zich binden.

Ook bleek uit Baxters onderzoek wat iedereen eigenlijk al vermoedt: tijdens zakelijke besprekingen wordt om de grappen van mannen smakelijk gelachen, vooral als die mannen een hoge functie hebben. Bewust lollige vrouwen kunnen in de vergaderzaal op aanzienlijk minder bijval rekenen.
Dat is deels cultuur bepaald. Vrouwen worden van oudsher niet geacht grappig te zijn, al helemaal niet publiekelijk. Door de eeuwen heen waren vooral mannen sprekers in het openbaar, vrouwen veel minder. Hun humor beperkte zich meestal tot de privesfeer.

En dan is er nog het heersende idee dat mannen grappen maken en vrouwen, al dan niet gemeend, om hen lachen. Volgens wetenschappers is dat te herleiden tot onze evolutie. Verschillende onderzoeken aan dat humor een indicatie is voor creativiteit en intellect: een geestige man heeft goede genen. Een man wil op zijn beurt een vrouw die om hem lacht en zo zijn succes bevestigt. Het was minder noodzakelijk voor een vrouw om zelf grappig te zijn. Dat wil overigens niet zeggen dat vrouwen geen gevoel voor humor hebben. Onderzoeken, ondermeer uit 2005 en 2009, wijzen uit dat grappen van vrouwen kwalitatief even hoog worden gewaardeerd als die van mannen en dat zij bovendien om dezelfde grappen kunnen lachen. Maar zowel grappen maken als om grappen lachen heeft op de werkvloer een functie die weinig van doen heeft met kwaliteit. ‘Humor is een essentieel instrument van leidinggevenden om spanning in situaties en gesprekken te verlichten,’zegt Baxter. Bovendien moet een leidinggevende anderen vertellen wat zij moeten doen. Dat wordt meer geaccepteerd als er humor in het spel is. Lachen om een grap is een bevestiging van de autoriteit, letterlijk of intellectueel, van de grappenmaker. Zelfspot is minder succesvol.

Vrouwelijke leidinggevenden die hopen een vergadering naar hun hand te zetten met een goede bak, hebben dus een probleem. Als ze niet onbewust hun eigen autoriteit ondermijnen, wordt die wel ondermijnd doordat mannen in deze context simpelweg niet om hen lachen. En vrouwen die net als mannen proberen te zijn, maken zich dus niet geliefd. Kunnen vrouwen dan beter bloedserieus blijven tijdens vergaderingen? ‘Aan het begin of aan het eind van een vergadering kan een grap de stemming verlichten,’ zegt Baxter. ‘Maar de beste soort humor van een vrouw wordt beoefend buiten de vergaderzaal.’ Een vrouw met een leidinggevende functie heeft kennelijk toch meer succes met haar grappen in gesloten kring. ‘Lichte, gekscherende of gevatte gesprekken met collega’s buiten officiële werkbesprekingen creëren een goed gevoel op de werkvloer.

Bron: Elsevier 2012, nummer 40